Door Jacco Houtman, SCIOS-inspecteur · 24 oktober 2026 · Scope 10 inspecties
In stallen, schuren en loodsen werkt de elektrische installatie onder zware omstandigheden: vocht, stof, ammoniak, knaagdieren en dieren die tegen alles aan schuren. Een goede aardlekbeveiliging beschermt dan mens en dier tegen een elektrische schok en het gebouw tegen brand. Maar welke aardlekschakelaar is waar nodig? NEN 1010 heeft daarvoor een aparte rubriek: 705, voor bedrijfsruimten voor landbouw, tuinbouw en veeteelt.
De eisen op een rij
Volgens NEN 1010:2015+A1:2020, artikel 705.411.1, geldt in deze ruimten, ongeacht het aardingssysteem:
- Eindgroepen met contactdozen tot en met 32 A: een aardlekschakelaar van maximaal 30 mA.
- Eindgroepen met contactdozen boven 32 A: maximaal 100 mA.
- Alle overige groepen, behalve distributiegroepen: maximaal 300 mA. Denk aan verlichting, ventilatie en vast aangesloten machines.
Daarnaast vraagt artikel 705.422.8 een aardlekbeveiliging van maximaal 300 mA ter bescherming tegen brand. Die moet alle actieve geleiders onderbreken, dus ook de nul. De uitzondering voor distributiegroepen geldt alleen voor de bescherming tegen een elektrische schok, niet voor deze brandeis. De aardlekschakelaars in de eindgroepen tellen wel mee voor de bescherming tegen brand.
Moet de installatie zo min mogelijk uitvallen, bijvoorbeeld voor ventilatie of voeding van dieren? Dan zijn selectieve (S-type) of tijdvertraagde aardlekschakelaars nodig voor groepen zonder contactdozen. Zo schakelt bij een fout alleen de groep met de fout af.
Let op: dat elke groep op 30 mA moet, staat niet in de norm. Voor contactdozen tot 32 A wel; voor andere groepen is 300 mA toegestaan. Te veel apparatuur op één 30 mA-aardlekschakelaar geeft juist ongewenst afschakelen.
Meer eisen uit rubriek 705
- Gescheiden nul en aarde (TN-S). Bij een TN-stelsel moeten nul en beschermingsleiding vanaf het begin van de installatie gescheiden zijn, ook in de woning en andere ruimten die met het bedrijf verbonden zijn (705.411.4.3).
- Aanvullende vereffening in ruimten met dieren. Alle metalen delen die dieren kunnen aanraken, zoals hekken, drinkbakken en roosters, moeten zijn opgenomen in de aanvullende vereffening (705.415.2.3).
- Minimaal IP44 voor elektrisch materieel, en bescherming tegen corrosie in bijvoorbeeld koeienstallen en melkschuren (705.512.2).
- Straalkachels op minimaal 0,5 meter van dieren en brandbaar materiaal (705.422.7).
- Documentatie: een plattegrond met het elektrisch materieel, de loop van weggewerkte kabels, een vereenvoudigd distributieschema en een vereffeningsschema (705.514.5.3).


Wat wij in stallen vinden
Bij Scope 8 en Scope 10 inspecties op agrarische bedrijven zien wij steeds dezelfde punten terug:
- Geen aardlekbeveiliging in de eindgroepen van oudere stallen;
- aardlekschakelaars die niet op tijd afschakelen, of helemaal niet, ook niet met de testknop;
- contactdozen waarvan het aardcontact niet meer werkt door corrosie;
- lasdozen zonder deksel of met open invoeren;
- verlengsnoeren als vaste installatie.
Bij één bedrijf ontbrak de aardlekbeveiliging in de eindgroepen van een stal en schakelde elders een aardlekschakelaar niet binnen de grenswaarde. Na de inspectie zijn aardlekschakelaars geplaatst en de contactdozen hersteld. Bij de herinspectie zaten in de nieuwe groepen nog verkeerde adereindhulzen; ook die zijn vervangen.
Tips voor agrarische ondernemers
- Druk de testknop van elke aardlekschakelaar regelmatig in, bijvoorbeeld elk half jaar.
- Schakelt een aardlekschakelaar vaak af? Zet hem niet uit, maar laat uw installateur de oorzaak zoeken. Vaak is het vocht of een beschadigde kabel.
- Gebruik geen verlengsnoeren als vaste aansluiting.
- Laat de installatie periodiek inspecteren. Veel agrarische verzekeraars vragen om een Scope 10 inspectie.
Lees meer op onze pagina voor agrarische bedrijven, bekijk de tarieven of vraag een offerte aan.