Wat is de uitschakeltijd?
Bij een aardfout komt er spanning op metalen delen die normaal spanningsloos zijn, zoals de behuizing van een apparaat. NEN 1010 eist dat de beveiliging die fout snel genoeg afschakelt, zodat iemand die het deel aanraakt geen gevaarlijke schok krijgt. Hoe snel dat moet, hangt af van vier dingen: het stelsel, de spanning, de soort groep en de nominale stroom van de beveiliging.
Eindgroepen: tabel 41.1
Voor eindgroepen die contactdozen voeden en voor eindgroepen van ten hoogste 32 A gelden de korte tijden uit tabel 41.1 (bepaling 411.3.2.2). Bij eindgroepen met contactdozen geldt dat ongeacht de nominale stroom; dat is een Nederlandse aanvulling op de internationale norm. In een gewone 230/400 V-installatie met een TN-stelsel is dat 0,4 seconde, in een TT-stelsel 0,2 seconde.
Distributiegroepen en overige groepen
Voor distributiegroepen en voor groepen die buiten tabel 41.1 vallen, is meer tijd toegestaan: maximaal 5 seconden in een TN-stelsel (bepaling 411.3.2.3) en 1 seconde in een TT-stelsel (bepaling 411.3.2.4).
Van uitschakeltijd naar Zs
Of de tijd gehaald wordt, toetst u met de impedantie van de foutlus. In een TN-stelsel geldt Zs · Ia ≤ U0, waarbij Ia de stroom is die de beveiliging binnen de vereiste tijd laat afschakelen. Voor een installatieautomaat is dat 5, 10 of 20 keer In bij karakteristiek B, C of D. Wilt u ook de kabellengte meenemen, gebruik dan de kabelberekening.
Uitgangspunten
- NEN 1010:2015+A1:2020, bepalingen 411.3.2.2 tot en met 411.3.2.4 en tabel 41.1.
- U0 is de nominale spanning tussen fase en aarde.
- Zs-waarden zijn indicatief en gelden voor installatieautomaten B, C en D in een TN-stelsel met wisselspanning.
- De uitkomst is een hulpmiddel. Bij een keuring beoordelen wij ook de werkelijke situatie en de meetwaarden.
Veelgestelde vragen over uitschakeltijden
Welk stelsel heb ik?
Bij een aansluiting op het openbare net in Nederland is dat meestal een TN-stelsel (TN-C-S): de beschermingsleiding is verbonden met de geaarde nul van de netbeheerder. Heeft de installatie een eigen aardelektrode zonder verbinding met de aarding van het net, dan is het een TT-stelsel.
Waarom heeft een distributiegroep meer tijd?
Een distributiegroep voedt een verdeler en niet direct een apparaat dat iemand vasthoudt. Het risico op een schok bij aanraking is daardoor kleiner, en een snelle afschakeling zou de selectiviteit met de groepen erna in de weg zitten.
Wat als de uitschakeltijd niet gehaald wordt?
Dan zijn er maatregelen nodig, zoals een aardlekschakelaar, een beveiliging met een lagere nominale stroom of een andere karakteristiek, een zwaardere kabel of een aanvullende vereffening.
Geldt dit ook voor gelijkspanning, zoals bij zonnepanelen?
Tabel 41.1 noemt ook tijden voor gelijkspanning. Voor de DC-zijde van een PV-installatie gelden daarnaast de eisen uit NEN 1010 deel 712. Laat bij twijfel een Scope 12 inspectie uitvoeren.